Een groot deel van de CVA patiënten en partners van deze patiënten worden geconfronteerd met psychosociale problematiek gedurende het aanpassingsproces aan de ziekte (zie rapportage psychosociale problemen bij hart- en vaatziekten). De focus, behoeftes en de problematiek van de patiënt en partner veranderen gedurende het aanpassingsproces aan de gevolgen van de ziekte. Deze veranderingen hebben te maken met het bereiken van de grenzen van herstel, het bewust worden van blijvende beperkingen, het zoeken naar aanpassingen aan deze beperkingen en de emotionele processen die hiermee samenhangen.
In de herstelfase, ziekenhuis- en revalidatieperiode, zijn patiënten over het algemeen gericht op lichamelijk herstel. In de chronische fase, vanaf ongeveer een half jaar na de diagnose of het incident, kunnen patiënten en partners geconfronteerd worden met - en zich bewust worden van - blijvende beperkingen. Hierdoor kan in die fase problematiek op psychosociaal gebied ontstaan die daarvoor nog niet aan de orde was. Psychosociale problematiek leidt tot een verminderd welbevinden, aanpassingsproblemen en kan leiden tot de ontwikkeling van psychopathologie.
Ontwikkeling van interventies en screeningsinstrumenten wordt beschouwd als een eerste stap om te komen tot verbeterde psychosociale zorg. Met behulp van een passend screeningsinstrument kan men actief navragen welke risicofactoren en psychosociale klachten in de verschillende fasen van het ziekteproces een rol spelen om de juiste interventies op het juiste moment aan te kunnen bieden. Hierbij is het van belang dat bepaalde problematiek pas in de chronische fase van de ziekte tot uitdrukking komt, op het moment dat de patiënt uit het zicht van het medische circuit is. Daarom zal screening en nazorg voor de groep patiënten die in deze fase problematiek ontwikkelt toegevoegd moeten worden aan de zorg.
De laatste jaren is er in de zorg voor CVA patiënten veel veranderd. Met name door de organisatie van de zorg in stroke services is er een meer samenhangende zorg ontstaan. Wel blijkt steeds duidelijker dat aan de acute en revalidatiefase, en de daarbij horende focus op lichamelijke aspecten van de ziekte, vorm is gegeven maar dat de chronische fase en de daarmee samenhangende psychosociale problematiek nog een niemandsland is. In deze fase zijn de patiënt en zijn partner uit beeld voor de tweede lijn en is de eerste lijn niet zo georganiseerd dat er op vaste tijden patiënten en familieleden worden gevolgd.
Problemen en oplossingsrichtingen met betrekking tot het bovenstaande zijn geïnventariseerd in het adviesrapport aan de NHS Psychosociale zorg bij hart- en vaatziekten. Voor de implementatie van de aanbevelingen uit dit rapport op het gebied van cerebrovasculaire aandoeningen is het project Psychosociale zorg bij CVA ontwikkeld.
_Cw276Ch100CaCenter.jpg)
meer activiteiten
meer columns