Screening en interventie bij psychosociale problemen
Hart voor Mensen werkt samen met de afdeling Gezondheidspsychologie van het UMCG. Vanuit deze vakgroep wordt in opdracht van de Hartstichting en in samenwerking met de afdeling Cardiologie van het UMCG, sinds 2007 gewerkt aan een tweetal doelstellingen:
Screening psychosociale problemen; proces en resultaten
Het project kent tot nu toe 3 fasen.
De eerste fase
In deze fase lag de focus op het selecteren van een of meerdere geschikte screeningsvragenlijsten voor depressieve klachten en angstklachten. We zijn tot de conclusie gekomen dat de CES-D en de thermometer ‘somber en gespannen’ geschikte screeningsinstrumenten zijn. In verband met bijvoorbeeld logistieke redenen kan ook overgestapt worden naar andere vragenlijsten. Het is dus niet mogelijk één vragenlijst te adviseren; er zijn meerdere vragenlijsten geschikt voor screening. Dit geldt vooral voor instrumenten die ontwikkeld zijn voor het meten van depressieve klachten. Er zijn relatief weinig instrumenten voor het meten van angstklachten. Voor het kiezen van een vragenlijst zijn een aantal voorwaarden geformuleerd waaraan deze dient te voldoen.
Een tweede doel was inzicht krijgen in de omvang van psychosociale problematiek bij patiënten en de daarmee samenhangende behoefte aan gespecialiseerde hulp. Het blijkt dat ruim een kwart (26%) van de patiënten aangaf depressieve klachten te ervaren op basis van de vragenlijst CES-D. Meer dan een derde (35%) gaf aan somber en gespannen te zijn. 42% scoorde hoog op angstklachten. Tussen de 35 en 50% van deze patiënten met een hoge score gaf aan behoefte te hebben aan hulp bij deze klachten. In de dagelijkse klinische praktijk zal er dan ook tijd ingeruimd moeten worden om screeningsresultaten te bespreken en moeten er voldoende mogelijkheden zijn om te kunnen doorverwijzen voor psychologische begeleiding.
De tweede fase
Er is gewerkt aan het vormgeven en testen van een bruikbaar screeningspakket. Dit pakket omvat de screeningsvragenlijsten en schriftelijke instructies voor de professionals die ermee gaan werken ten aanzien van het interpreteren van de scores en het doorverwijsbeleid. De ontwikkelde methodiek is in een pilot studie uitgetest binnen de verpleegkundige spreekuren van de hartfalenpoli en de postinfarct poli binnen het UMCG. De pilot resultaten zijn zeer positief. Zowel vanuit het perspectief van de patiënt alsook vanuit het perspectief van de verpleegkundig specialist is enthousiast gereageerd. We kunnen concluderen dat de implementatie van screening op grote schaal haalbaar is, mits het afdelingsbreed gedragen wordt. Dit is noodzakelijk omdat het opzetten van een screening impact heeft op de logistieke planning van de polikliniek.
De derde fase
Het doel in deze fase was om de haalbaarheid van implementatie van het screeningspakket in andere ziekenhuizen te onderzoeken. Enkele conclusies:
- Een voorwaarde voor implementatie is dat verpleegkundigen en/of cardiologen gemotiveerd zijn de screening uit te voeren.
- Het gebruik van de computer was bij geen van de ziekenhuizen haalbaar.
- Bij toename van de werkdruk, wordt de screening overgeslagen.
Het tweede doel was een oordeel te vormen over de gevolgen van screeningsresultaten in het poliklinisch consult voor wat betreft doorverwijzing naar aanvullende hulp. Enkele conclusies:
- Het blijkt dat mensen vlak na diagnose meer klachten rapporteren en dat deze klachten vooral veroorzaakt werden door lichamelijke problemen en door problemen met het leren omgaan met de ziekte.
- Verder bleek dat de meerderheid van de mensen geen behoefte had aan hulp en dat er bijna niet werd doorverwezen.
- De verpleegkundigen merkten op dat ze bij de mensen met een hoge score veelal nog even wilden aanzien hoe het verder zou gaan. Een enkeling kreeg al psychische hulp.
Bekijk het eindrapport van dit onderzoek (Word 446 kB, opent in een nieuw venster).
Screening en interventie voor psychosociale problematiek
Voor verdere uitwerking en verfijning van screening en interventie binnen een bestaand zorgsysteem start in het eerste kwartaal van 2011 in MC Zuiderzee Lelystad een onderzoeksproject 'Hart voor uw Hart', met financiering van ACHMEA. In dit project wordt de screening meegenomen als onderdeel van de standaardzorg. Met deze voorbeeldpraktijk hopen we duidelijk te krijgen welke manier -met de patiënt centraal in het proces- de screening en doorverwijzing kan worden geïntegreerd in de bestaande zorg. Bovendien wordt de implementatie van een ontwikkelde zelfmanagementinterventie door de Universiteit Leiden getoetst. De zelfmanagementinterventie is bedoeld voor hartpatiënten na de hartrevalidatie of in de chronische fase van de ziekte. Daarnaast wordt in kaart gebracht hoe patiënten de screening en interventie ervaren binnen hun zorgtraject en welke (positieve en negatieve) gevolgen dit voor hen heeft.
_Cw276Ch100CaCenter.jpg)
meer publicaties
meer activiteiten